Gisteren was ik bij de #oploop. Een bijeenkomst van de
Cultuur Mij Oost uit Arnhem in de werkelijke prachtige Dru Fabriek in Ulft.
Alle grote spelers op cultuurgebied in Gelderland waren aanwezig. Iedereen
eensgezind in hun streven jonge mensen veel meer dan nu in aanraking te brengen
met ‘kunst en cultuur’.
Ik was uitgenodigd bij de bijeenkomst die ging over de Muziekimpuls,
de subsidieregeling die ervoor moet zorgen dat we weer een stap verder zetten
in de richting van ‘ieder kind muziekonderwijs op school’. Aanwezig waren
muziekscholen die klaar staan om de scholen in te duiken, pabo- en docent
muziek opleiders die vol passie hun studenten willen stimuleren muzieklessen te
gaan geven, directeuren en docenten van basisscholen, aanbieders van projecten
en muziekmethoden, onderzoekers die bewijs zoeken dat muziek hoort op school
en zoeken naar de juiste invulling daarvan, cultuurmakelaars,
combinatiefunctionarissen… zeker 40 man in getal.
De vraag die besproken werd was: Hoe zorgen we er in
Gelderland voor dat er duurzaam muziekonderwijs gegeven wordt op alle scholen? Duurzaam in de betekenis van ‘langdurend’ maar ook in de betekenis van
‘gedragen door alle betrokkenen’. In het gesprek werd direct duidelijk hoezeer
iedereen betrokken is. In het gesprek werd mij ook direct duidelijk dat we soms
bijna verschillende talen spreken. Want als een muziekschool het heeft over
‘meer muziek op school’ dan lijkt het vaak te gaan over de vertaling van
formele muzieklessen (theorie en instrumentaal onderwijs) naar de klas. Als de
school het heeft over ‘meer muziek in de klas’ is er vaak bij leerkrachten
paniek en een grote vraag; “moet ik dan zingen?”. Als de onderzoeker het
heeft over ‘meer muziek in de klas’ gaat het vaak over de effecten van muziek.
Op het brein, op de sociale vaardigheden, op de leer strategieën.
De vinger werd genadeloos op de zere plek gelegd door één
van de aanwezigen. Hoe komt het dat we al jaren (in ieder geval sinds 2010) veel
geld stoppen in muziekonderwijs op de basisschool en we nog steeds niet veel
verder zijn? Inderdaad. In 2011 was ik op de conferentie ‘muziek telt’ en zat
ik om de tafel met dezelfde spelers. We concludeerden hetzelfde: de pabostudent
voelt zich niet zeker genoeg met muziek, omdat die nooit muziek heeft gehad op
school en dus verandert er op school bijna niets en moeten we muziekonderwijs
van buiten halen (als we dat al willen). Die mensen die van buiten komen
sluiten lang niet altijd aan bij de schoolbrede doelen en dus wordt het een
self fullfilling prophecy: dat wat die muziekdocent doet kan een leerkracht
nooit en dus doet die ook maar geen moeite.
Nu 5 jaar na deze conferentie is deze cirkel nog niet
doorbroken. Huidige pabostudenten voelen zich niet zekerder, hebben niet meer
muziekonderwijs genoten en komen niet in een praktijk waar de inspecteur ook
vraagt naar de kwaliteit van het muziekonderwijs. Musici worden nog steeds niet
didactisch opgeleid voor de wereld waarin zij terecht komen, met uitzondering
van de docent muziek studenten die vaak niet in het basisonderwijs terecht
komen. Scholen hebben het nog steeds heel druk, en worden nog steeds afgerekend
op de scores bij rekenen en taal wat de werkdruk van leerkrachten enorm
verhoogt (vraag maar eens na: januari=toetsmaand!).
Zijn we dan niet verder gekomen? Jawel. Ik denk dat de
publieke opinie langzaam kantelt. Dat het ‘nut’ van muziekonderwijs duidelijker
is voor veel mensen. Ik denk dat er veel meer voorbeelden zijn van ‘good
practises’. Er worden veel musici getraind die zich langzaamaan bewust worden dat
het muziekonderwijs zoals zij dat genoten hebben niet direct vertaald hoeft te
worden naar de school. Leerkrachten in de school worden getraind en gaan zich realiseren
dat muziek niet iets groots en magisch is dat een maestro behoeft om te gaan
vliegen. Scholen realiseren zich dat het opbrengst gerichte onderwijs ze een
schijnveiligheid heeft gegeven, dat ze terug willen naar de basis: onderwijs
waarin elk kind de beste versie van zichzelf kan worden…en dat is meer dan
alleen het hoofd. De maatschappij lijkt zich steeds meer te realiseren dat de
kunstenaar in onze maatschappij iets heel wezenlijks in zich heeft dat van
groot belang is voor de uitdagingen die ons treffen, waar we nu nog geen
antwoorden op hebben, omdat we ze nog nooit eerder zijn tegen gekomen. Dat die
kunst dus een wezenlijke plek verdient daar waar we onze jonge mensen
voorbereiden op de toekomst. Zodat ze anders gaan kijken, verwonderd blijven,
op zoek gaan naar de ruimte tussen wat we begrijpen en zien.
Helaas was er één partij gisteren niet: de kinderen en jonge
mensen van onze samenleving. Daar namelijk is de hoop. Daar ligt de
nieuwsgierigheid, de bereidheid buiten de comfortzone te stappen, uit te
proberen, plezier te maken: ‘meet, inspire & celebrate’ zoals CarloBalemans het prachtig verwoordde in zijn inspiratielezing. Waar we het gisteren
helemaal niet over gehad hebben is de vraag wat kinderen eigenlijk willen en
kunnen. En dat lijkt me nu net de wezenlijke vraag.
Het is in mijn optiek onzin dat kinderen geen
referentiekader hebben als het om muziek gaat. Meer dan ooit hebben zij een
referentiekader. Ze hebben toegang tot alle muziek van de wereld, kunnen met
filmpjes en muziek spelen op hun telefoons, kunnen met samplers composities
bouwen, zichzelf opnemen, kunnen via skype of facetime muziek maken met kids in
Azië en Amerika. Deze informele muzikale wereld hebben we met zijn allen lang
buitenbeeld gehad. Ik denk dat daar de energie ligt. Muziek is overal om ons
heen, we hoeven alleen maar onze handen uit te strekken en mee te gaan. Pas als
we muziek gaan vatten in opbrengsten, reproductie, ambacht, goed en fout dan
gaat het mis. Dan wordt muziekonderwijs voor ‘de talentvollen’ in onze scholen.
Ik weet het zeker: ieder kind is muzikaal! Ik weet ook zeker dat we er erg goed
in zijn die muzikaliteit in hokjes te duwen en daarmee te smoren. Kunnen we het
kind de ruimte geven om zijn nieuwsgierigheid naar geluid en aangeboren talent
voor ritme en toonhoogte verder te ontwikkelen? Door met hem te bewegen,
onzinliedjes te zingen, met klanken te spelen en vooral door naar hem of haar
te luisteren? Kunnen we het informele muzikale spel van kinderen levend houden
en ze een omgeving bieden waarin ze dat ontwikkelen?
Ja, ik weet het zeker. Ik doe mee.
Kom je me bezoeken op mijn gloednieuwe site?