vrijdag 19 juni 2015

Muziek op de basisschool als middel of doel?

Hoe vaak heb ik deze vraag niet gesteld aan mijn studenten docent muziek van het conservatorium van Utrecht de jaren dat ik daar heb lesgegeven? En ik was zelf bevlogen en ietwat pushy in mijn opvatting dat het natuurlijk om muziek als doel ging! Als je mooi muziek maakt dan komt de rest vanzelf! Muziek als middel is iets voor muziektherapeuten. Als je muziekles geeft dan moet het niet gaan om sociale en emotionele vaardigheden! Het moet namelijk gaan over de oneindige schoonheid van muziek…alles moet daarheen! Zoals alles in het leven komt met de ouderdom ook de verzachting van je opvattingen. Ik heb wat prachtigs beleefd.

Afgelopen week waren er vier machtig mooie voorstellingen op het grote podium van Tivoli Vredenburg met alle 11 betrokken basisscholen uit Overvecht Utrecht. Ik mocht ‘dirigent’ zijn…wow…

Overvecht is een prachtwijk die een aantal jaar geleden ook wel een ‘krachtwijk’ werd genoemd. Een wijk met meer dan gemiddelde uitdagingen als het gaat om veiligheid, verbondenheid en onderwijs. Een wijk waarin veel kinderen niet vanzelf in aanraking komen met muziekinstrumenten of de mogelijkheid krijgen muzieklessen te volgen. Een aantal jaren geleden hebben de scholen en het Utrechts Centrum voor de Kunsten de handen ineengeslagen. Overvecht zou een muziekwijk worden. De Muziekroute werd geboren: op alle scholen krijgen de leerlingen binnen schooltijd in groep 5 les op viool, cello, klarinet, trompet of slagwerk. Na schooltijd kunnen ze spelen in ensembles. In alle andere klassen krijgen ze vocaal les.

Binnen de Muziekroute is er een krachtige keuze gemaakt voor muziek leren vanuit creatief vermogen. Dit betekent dat de verbeeldingskracht van de leerling het uitgangspunt is en niet de skills op het instrument. Het betekent dat we niet muziek reproduceren maar vooral creëren. We werken dus aan eigen composities en improvisaties. Het betekent ook dat de werkvormen de leerling zoveel mogelijk achter het stuur zetten. Dus niet de docent als alwetende instrumentalist die zijn kunst naar de school brengt maar de docent als medemuzikant en coach in het proces van samen ontwerpen.
Als je vanuit de bril van het traditionele muziekonderwijs kijkt naar de lessen in de Muziekroute dan is de kans groot dat je verward raakt. Wat zijn ze daar nu aan het doen? Of zoals ik onlangs een leerkracht hoorde zeggen: “Wat is dat voor herrie hier! Ik dacht dat jullie muziekles hadden?”.

Wat we aan het doen zijn? We maken contact met de leerlingen. We ontmoeten hen. We bieden hen veiligheid. We nodigen hen uit. Zodat ze durven hun eigen ideeën te laten horen aan de anderen. Zodat ze naar anderen leren luisteren en respect leren hebben voor de verbeelding van hun klasgenoten. Zodat ze horen wat er gebeurt als je samen speelt. Als je samen hetzelfde speelt, of juist iets dat compleet ertegenover staat! Als je voelt dat de beat van de cajon de hartslag vormt van jouw drie prachtig gestreken tonen op je viool. Zodat je begrijpt zonder te weten wat het is om met 300 kinderen in Vredenburg gezamenlijk van heel zachtjes en geconcentreerd zingen naar een uitbundig crescendo te gaan met een overgang naar dat vette arabische ritme en al dansend in een flow te komen. Zodat je begrijpt wat het verschil is tussen stilte en geluid. Dat stilte iets is dat je samen bereikt door respect te hebben voor iedereen om je heen. Dat je durft in stilte te zijn omdat je begrijpt dat daar de muziek begint. Als je begrijpt dat daar de muziek begint dan begrijp je ineens je eigen instrument en je stem. Je weet het nog niet misschien, maar je begrijpt het wel. En bij elke streek die je daarna speelt, elke ademtocht die je door je trompet blaast, wil je weer die verbinding voelen met de anderen.

Muziek als middel of doel? Het is een onnodige tegenstelling. Doordat samen musiceren het doel is wordt het een middel. Zodat je je verbonden voelt met de anderen, en veilig, en enthousiast. Zodat je initiatieven durft te nemen, je durft te laten gaan. Zodat je de ander durft te laten zien wat er binnen bij jou allemaal leeft. Op een plek waar er niet direct een opvatting is over wat goed is en wat fout.
De weg ernaartoe was en is weerbarstig, maar dinsdag en donderdag hebben we met in totaal 1400 kinderen in Tivoli Vredenburg, op het grote podium, met de tribunes gevuld met een mega-koor dit gevoeld. De trompetten beheersten 5 tonen, en hadden daarmee prachtige riffs gemaakt. De klarinetten waren uitstekend in het op het juiste moment toevoegen van een spannende triller. De strijkers wisten steeds weer iedereen tot rust te krijgen met hun soms weemoedige prachtige lange tonen en zweepten het publiek op door hun tremolo’s. De cajons vormden de prachtige hartslag van de wijk, met een super hippe mix van grooves uit alle streken van de wereld. Het koor vulde de zaal met beweging en ontroerende meerstemmigheid.

We hebben vier compleet verschillende voorstellingen gehad omdat het de voorstellingen van de kinderen van Overvecht waren. Omdat er gebeurde wat zij inbrachten. Omdat we natuurlijk deze processen geleid hebben maar hen de ruimte en vertrouwen hebben gegeven om te laten horen wat ze voelden. Omdat we ze veiligheid en verbondenheid hebben gegeven. De kinderen van Overvecht hebben ons het meest waardevolle cadeau terug gegeven wat er bestaat.

Muziek.



zondag 29 maart 2015

Leiderschap & Bach

Vandaag was ik, net als vele mede-Nederlanders bij een uitvoering van de Matthäus. Ik ga elk jaar. De laatste jaren met een dierbare vriendin. Vorig jaar bezochten we een hele mooie intieme versie. De solisten vormden samen ook het koor. Geen dirigent maar gedeeld leiderschap. Leiderschap door verbinden, openstaan, initiatief nemen én de ander volgen. Dat vroeg van alle muzikanten commitment. Zowel solist als ‘volk’. Van ‘Erbarme dich’ direct door naar “lass ihn Kreuzigen”. Leidend en dienend in één adem.

De uitvoering liet ons ademloos achter. Met tranen in onze ogen. Wat een eigenaarschap bij alle muzikanten, wat een betrokkenheid! Wat een bereidheid te dragen, te leiden, verantwoordelijkheid te nemen en te ondersteunen. Deze Matthäus ervoer ik als een werkelijk Gesamtkunstwerk. Nooit heb ik Bach zo voelen binnenkomen.

Dit jaar besloten we tot wat meer. We wilden iets meer overweldiging, waren klaar voor ‘Donner und Blitze’.  Groot koor, geen authentieke instrumenten, lekker gestemd op 442. En natuurlijk solisten die samen opkwamen, applaus in ontvangst namen en bogen. Tenslotte…de Maestro.
Vanaf het begin schuurde het bij me. Kon de vinger er niet opleggen. Er was geen flow, het stroomde niet. De twee kanten van het orkest leken niet aan te sluiten, leken elkaar niet te volgen. De counter zong fantastisch! Maar waarom deed hij alsof hij de hoofdrol had in ‘Soldaat van Oranje’? De solisten leken tijdens de koren af te dwalen, waren met elkaar bezig, deelden zelfs hun water. De muzikanten waren goed, maar er was geen vuur. Ik kon ze bijna horen denken…’zal ik studiosport wel redden’? Ik kon ook geen consistentie vinden in de verschillende tempi. Soms was een aria tergend langzaam, dan weer denderde er een recitatief voorbij alsof de trein gehaald moest worden. 

En dan de dirigent. Hoe meer het orkest uit elkaar liep, hoe drukker hij bewoog. Hoe meer hij bewoog , hoe meer het orkest uit elkaar liep. Alsof het kijken naar het centrale punt voor op het podium de oren en het muzikaal denken van de musici had uitgeschakeld. Als een ware maestro waren de gebaren romantisch. An sich, zonder geluid erbij, zagen ze er mooi uit. Maar waarom liepen beeld en geluid niet synchroon?

Plotseling werd ik geraakt door het inzicht. Ik geloof het niet, ik geloof jullie niet…o mijn God “Erbarme Dich”…jullie hebben de muziek om zeep geholpen!

Bach heeft het van alle kanten nodig dat je zijn muziek laat ontstaat, toestaat dat die de ruimte mag vullen. In het moment door samen te vallen met de ander, de muziek, het moment. De muziek van Bach hoef je niet ‘te maken’. Als je naar binnen reikt ‘mag je mee’.

Vanmiddag heb ik een belangrijk muzikaal inzicht opgedaan. Maar ook, en misschien wel veel belangrijker, heb ik geleerd over leiderschap. Werkelijk leiderschap bestaat uit je verbinden met de ander, leidend en dienend kunnen zijn ten opzichte van een gemeenschappelijk doel. Niet de primaris willen zijn om die plek, maar omdat het past bij wat je drijft en waar je talent ligt én omdat het moment van je vraagt om een stuk van de leiding op je te nemen.  Als het bovendien niet gaat zoals je wilt, of zoals het zou kunnen gaan, dan moet je luisteren, kleiner worden en de ander de ruimte geven om bij te dragen aan een hernieuwd evenwicht. Zeker als die ander een gedreven professional is met hetzelfde doel of dezelfde drive. Zo wordt iedereen eigenaar van het proces en blijft die aan boord. Alleen zo wordt één + één drie.

Dank je wel meneer Bach voor dit inzicht. Volgend jaar op zoek naar weer een uitvoering.






maandag 19 januari 2015

Wat is goed muziekonderwijs?


Die vraag werd me afgelopen vrijdag gesteld door Jan Jaap Knol, directeur van het Fonds voor de Cultuurparticipatie. Ik was op Eurosonic in Groningen als panellid van de door het ministerie van OC&W georganiseerde gespreksronde over muziekonderwijs anno nu. Aanleiding is de 25 miljoen die de minister heeft vrijgemaakt om te helpen alle leerlingen tussen de 4 en 12 jaar weer structureel te laten en leren genieten van wat muziek hen kan geven. Joop van den Ende voegt daar nog eens 25 miljoen aan toe. Prachtig. De discussie op Eurosonic had als doel met allerlei betrokkenen te praten over hoe en waar die 50 miljoen geïnvesteerd moest worden. En daar was dus die openingsvraag: Wat is goed Muziekonderwijs.
Op Eurosonic stond dit jaar IJsland centraal als popland. Het mirakel van Europa: zoveel enorm goede en vernieuwende bandjes uit een land dat niet veel groter is dan de provincie Utrecht. Robert van Gijssel schreef daarover in de Volkskrant (9 januari jl.). De suggestie was: het muziekonderwijs moet wel enorm goed zijn in IJsland! Het stuk van Van Gijssel sluit aan bij wat ik geantwoord heb in het debat… de vele bandjes zijn niet het resultaat van goed onderwijs, maar van een cultuur waarin verhalen vertellen, gedichten schrijven en prutsen met muziek behoort tot ‘wat je nu eenmaal doet als je je stierlijk verveeld in de lange donkere winternachten’.
Ik zag veel mensen bevestigend knikken. Vooral toen ik toevoegde dat het niet zo interessant is wat nu precies ‘goed muziekonderwijs’ is maar dat het uiteindelijke doel ervan zou moeten zijn dat we weer een cultuur in Nederland krijgen waarin het een voor de hand liggende optie is om lekker te gaan prutsen met je gitaar of een viool ter hand te nemen en te leren bespelen. In de lange autorit terug vroeg ik me ineens af hoe het zit…wat is eigenlijk de verbinding tussen Cultuur en Onderwijs? Onderwijzen we vanuit het paradigma van onze cultuur of moeten we cultuur onderwijzen? En, aangezien het best ver is van Groningen naar huis, diende de volgende vraag zich aan…Wat is cultuur?
Gelukkig is daar door Barend van Heusden een prachtig onderzoek naar gedaan met de titel “Cultuur in de Spiegel”. Van Heusden (2010) komt met 4 betekenissen van het woord cultuur:
1. In de meest brede zin van het woord omvat Cultuur elke vorm van aangeleerd gedrag.
2. Iets minder ruim, maar nog steeds breed is de omschrijving van cultuur als ‘alles wat mensen doen en maken’.
3. Het derde cultuurbegrip is beperkter. Cultuur heeft dan betrekking op een deel van alles wat mensen maken en doen: dat deel namelijk waarmee mensen op zichzelf reflecteren. “Cultuur-in-beperkte-zin” of eigenlijk cultureel zelfbewustzijn.
4. De laatste betekenis komt volgens van Heusden niet meer zoveel voor. Dit is beschaving als betekenis van cultuur. Daarmee kunnen sommige mensen zich van anderen: ze zijn cultureler, lees, beschaafder. (van Heusden, 2010)
Toen ik in het debat stelde dat dat het succes van IJsland vooral te wijten was aan de cultuur aldaar doelde ik enigszins op betekenis 1 en 2 maar natuurlijk vooral op de derde betekenis. Uit het artikel van Van Gijssel blijkt dat de IJslandse musici zich enorm bewust zijn van de kracht van de mythes uit hun verleden en de noodzaak dit in steeds weer nieuwe vormen in een veranderende samenleving tot muzikale creaties te laten komen.  In hun muziek komt de traditie samen met de hedendaagse uitdaging.  Ze gebruiken muziek dus om de veranderende wereld om zich heen te duiden vanuit wat ze al weten; wat in het (collectieve) geheugen zit.
Van Heusden zegt daarover:
“dat is cultuur, niet alleen alles wat we weten en kunnen, ons geheugen, maar vooral de manier waarop we iedere concrete gebeurtenis, iedere altijd enigszins andere werkelijkheid, met behulp van kennis en vaardigheden vorm en betekenis geven.”  (blz. 20, van Heusden, 2010)
En daarin verschillen we in de wereld. Niet elk land, of elke groep met mensen, geeft op dezelfde manier vorm en betekenis aan de veranderende wereld. Het ligt eraan waaraan je gewend bent. Wat leeft er in het collectieve geheugen van de mensen waarmee je leeft. Is het gewoon om op verjaardagen met je vrienden muziek te maken of ga je samen op een tv met bioscoopachtige afmetingen GTA spelen? Word je uitgelachen als je een gedicht voordraagt in je klas of is het slechts een onderdeel van een dagelijks terugkerend ritueel dat al sinds jaar en dag in jouw land normaal is. Is de norm van succes je score bij rekenen en taal of is er werkelijke aandacht voor de kanten van het kind die minder goed te toetsen zijn.  Geef je vorm en betekenis aan een veranderende wereld door onderwijs te zien als gereedschap van het bruto nationaal product (economische winst) of wil je dat jonge mensen opgevoed worden tot mondige, democratische burgers? (Nussbaum, 2010).
En daarmee had ik betekenis gegeven aan mijn lange autorit van Groningen naar huis. Wat is goed muziekonderwijs? Dat is muziekonderwijs dat jonge mensen helpt vorm en betekenis te geven aan de veranderende wereld om zich heen. Muziekonderwijs zou ervoor moeten zorgen dat het in Nederland normaal is om muziek te luisteren, maken, delen, samen te spelen. Leerlingen zouden de kennis, vaardigheden en attitude aangereikt moeten krijgen om daar een verschil in te maken. De maatschappij zou het moeten faciliteren en waarderen. We moeten het vooral niet gaan normeren: juist uiting van alle verschillende culturen in Nederland zal ons land minder versplinterd maken. Waar muziek gemaakt wordt zullen mensen verbonden zijn in schoonheid. 
De vorm interesseert me weinig: met klassieke instrumenten, vanuit creërend vermogen, fanfare instrumenten, zingend, componerend, hip hop, wereldmuziek, Beethoven of Beyoncé: laat iedereen vooral zijn eigen collectieve geheugen inzetten om invulling te geven aan muziekonderwijs. Van belang is dat al deze prachtige jonge mensen, onze toekomst, niet opgroeien met een kalashnikov maar met een gitaar, een saxofoon, een viool, een pak klei, een schilderkwast of een potlood in hun handen. Dat we met zijn allen zorg dragen voor een samenleving waarin het normaal is om de veranderende wereld te duiden vanuit onze verbeelding. Dat we opties zien in plaats van destructie.
Goed muziekonderwijs zorgt ervoor dat jonge mensen zich bewust worden van de kracht van hun eigen vermogen om bij te dragen aan een mooiere wereld.


Bronnen:
Gijssel van R. 2015. Het raadsel Reykjavik. Volkskrant 9 januari.

Heusden van B. 2010. Cultuur in de Spiegel, naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Rijksuniversiteit Groningen i.s.m. SLO. 

Nussbaum, M. 2010. Niet voor de winst, waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Ambi|Anthos uitgeverij, Amsterdam.

woensdag 3 december 2014

Creativiteit: doel of middel?

Ik vraag me wel eens af of creativiteit nu het doel is of een middel. De laatste tijd neig ik naar dat laatste. Creativiteit als middel om leerlingen te helpen zich eigenaar te voelen van de muziek of kunst die ze maken. Als ze zich namelijk eigenaar voelen dan zullen ze de waarde voor zichzelf en de ander beter kunnen benoemen en zul je meer motivatie en zelfregulatie (het vermogen zelf je leren vorm te geven) zien. Zij zullen het dan niet van anderen af laten hangen of ze muziek deel van hun leven laten zijn…en is dat niet ons doel?

Hoe doet creativiteit dat dan? Door te starten bij wat kinderen al in zich hebben, al horen in hun lijf en hun hart en hun hoofd. Muziek is niet iets wat anderen je leren, maar wat je al hebt! De ander is daar om je te helpen het verder te ontwikkelen. Door een leeromgeving te scheppen waar de leerling nieuwsgierig wordt in plaats van afgerekend wordt omdat die het niet zo doet als zijn docent had bedacht (hoe liefdevol en pedagogisch verantwoord ook!). Door de leerling de vaardigheden te leren waarom die vraagt. Geen vaardigheden om de vaardigheden dus, maar vaardigheden als antwoord op een leervraag die een leerling zich stelt omdat jij hem een prikkelende leeromgeving hebt aangeboden.

Stel je voor. De juf vraagt je als muziekdocent om kerstliedjes met de klas in te studeren voor de kerstviering. Hoe kun je dat doen met bovenstaande in gedachten? Welke rol spelen de kinderen in de keuze van de liedjes, de manier van uitvoeren, de tekst, de begeleiding, de presentatie etc etc…
Kunnen we de leerling achter het stuur zetten? Kunnen we hem of haar zo eigenaar maken van zijn eigen kerstviering?


Nog belangrijker…wat vraagt dat van ons als docenten? Ik denk op de eerste plaats vertrouwen…vertrouwen in de kinderen dat ze dat kunnen, en vertrouwen in onszelf dat als we hen die ruimte geven we dat heel goed kunnen begeleiden. Het betekent eigenlijk dat we onszelf de ruimte moeten geven om dingen te laten ontstaan…oo daar had ik het al eens over gehad...een stokpaardje in de maak.

dinsdag 14 oktober 2014

10.000 uren Art. Over aanleg en oefenen.

Waarom zijn de Beatles zo beroemd en succesvol geworden en 'Ricki and his skifflemates' niet? Mijn oom Johan zou zeggen: talent. Vast. Toch heb ik weleens heel vroege opnamen gehoord van de Beatles waar dat talent nog niet helemaal tot uiting in kwam. Malcolm Gladwell heeft een ander antwoord: Hamburg. Als jonge knullen werden de Beatles uitgenodigd om in Hamburg in striptenten te komen spelen. Die uitnodiging kwam per ongeluk. De man  uit Hamburg die bands nodig had kwam eigenlijk naar London om daar te zoeken en ontmoette een agent uit Liverpool. Het resultaat was dat de Beatles zo'n 4 keer naar Hamburg vertrokken en daar in anderhalf jaar 270 avonden non stop de hele avond/nacht speelden. Ze konden niet alleen hun succesnummers spelen zoals ze in Liverpool deden maar moesten van alls spelen op heel veel verschillende manieren om het niet direct muziekminnende publiek te blijven vermaken. Dat was de basis van hun enorme succes....oefening. De oefenmogelijkheid openbaarde zich deels door talent, maar vooral door de kans om naar Hamburg te gaan wat uit een nogal willekeurig voorval ontstond door een ongeplande ontmoeting tussen twee agenten in een Londense bar.

Talent en oefening. Een heel interessante synergie. Het boek van Gladwell is de moeite van het lezen waard omdat hij de carrières van veel succesvolle mensen analyseert. Hij concludeert dat wat wij talent noemen vaak een ingewikkelde combinatie is van aanleg, kansen en een volkomen willekeurig voordeel.

In hoofdstuk 2 komen de 10.000 uren om de hoek kijken.  Een veel gehoord aantal uren dat nodig is om een algemeen erkend expert te worden op een gebied. Ook daar veel onderzoek bij muzikanten: wat maakt het verschil tussen de professionals en de mindere goden? Oefentijd na hun 8e jaar. 10.000 uur betekent 3 uur per dag, 20 uur per week oefenen gedurende 10 jaar. Veel dus. Dat verklaart ook dat je hoe ouder je wordt steeds beter wordt in bepaalde dingen...Als je op je 20e expert wil zijn op een gebied moet er dus een zekere gekte en obsessie in je zitten. Dan moet je dus geconcentreerd en doelgericht 3 uur of meer aan iets besteden vanaf je tiende jaar...waaraan besteden pubers dat? Juist. Computerspellen en chillen. Ben heel benieuwd wat dat ons brengt over 5 jaar ofzo...

Oefening dus. Heel veel oefening... 10.000 uur. Maar wat maakt nu dat je heel veel uur aan iets wilt/gaat besteden? In het geval van jonge mensen:naast je eigen interesse vooral ook leeftijdsgenoten, ouders en andere volwassenen die je aanmoedigen en je steeds weer prikkels geven om de volgende stap te zetten. Je uitdagen. Je feedback geven. En dan nog. Wat maakt dat jij gemotiveerd blijft om steeds weer aan de slag te gaan? Carol Dweck heeft daar veel onderzoek naar gedaan. In 'Mindset, de weg naar een succesvol leven' beschrijft ze twee soorten mindsets: een statische en een dynamische of 'growth' mindset. Als jij zelf gelooft dat je talenten in marmer zijn gehouwen en niet ontwikkelbaar zijn dan heb je een statische mindset. Als je aan de andere kant denkt dat door moeite te doen je je kwaliteiten kunt ontwikkelen dan is er sprake van een growth mindset. Dweck toont aan dat de mindset van mensen een grote invloed heeft op hun succes in het leven. Ze toont bovendien aan dat door goede feedback de mindset van jonge mensen te veranderen is. In de basis gaat het dan om zelfvertrouwen. Het vertrouwen om uitdagingen te kunnen verwelkomen, niet op te geven bij tegenslagen, inspanning te zien als en stap op weg naar meesterschap, te leren van kritiek en lering en inspiratie te vinden in het succes van anderen.

Ik denk dat bovenstaande twee elementen hele belangrijke aanknopingspunten zijn voor onderwijs. Ook in het onderwijs moet er ruimte zijn om te oefenen, ook als het niet direct doelgericht oefenen is, prutsen dus. Onderwijs moet zorgen voor een omgeving waarin leerling geprikkeld worden om op onderzoek te gaan. Onderwijs moet er voor zorgen dat  die omgeving dus vol uitdagingen zit voor ieder individueel kind. Het onderwijs moet leerlingen vertrouwen geven. Niet door ze at random complimenten te geven, maar door ze heel gerichte feedback te geven op wat ze doen, niet wie ze zijn. Onderwijs moet tegenslagen gaan vieren! Jeee! Wat gaaf dat je het nog niet helemaal kan, dat betekent dat er nog allerlei dingen te leren zijn! Super! Het spreekt voor mij voor zich dat ons normering systeem daarmee niet meer van deze tijd is omdat het kinderen langs een landelijke norm legt waarbij leerlingen op fouten in een hok geduwd worden. De wijze waarop we leerlingen gaan ondersteunen moet veel meer gaan leunen op feedback per individueel kind. In die beoordeling gaat het dan over reflectie op wat je doet ten opzichte van waar je heen gaat (feedback, feed forward en feed up). Ik vind zelf de beoordeling in de Harry Potter reeks wel een goede (een goede reden om de boeken nogmaals te lezen (-:).

Het begint in ieder geval bij de leerling. Waar ligt zijn natuurlijke behoefte? Waaraan besteedt die leerling veel tijd uit zichzelf. Kijk daar als onderwijsgevende eens zonder oordeel naar. Wat voor aanknopingspunten geeft dat je om die leerling verder te helpen groeien?

Ik ben vanochtend begonnen met het opschrijven van waar ik in mijn leven al 10.000 aan hebt besteed. Verbazingwekkend hoe blijkt dat dat de dingen zijn die nu de hoekstenen vormen van mijn zijn als mens. En dat is niet alleen 'muziek maken'. De vele uren die ik heb doorgebracht in mijn verbeelding: spelend, tekenend, lezend, knutselend, dagdromend, creërend. De vele vele uren waarin ik anderen heb geobserveerd, heb geluisterd naar wat hen beweegt heb gevoeld waar het bij hen al dan niet stroomde.

Misschien heb je vandaag nog tijd om met een lekkere kop thee op een stille plek daar eens over na te denken. Waaraan heb jij veel uur besteed in je leven, en wat heeft het je gebracht?




bron afbeelding.


Carol Dweck over mindsets:


zondag 5 oktober 2014

Chaos is vrijheid.

Vorig blog bereed ik mijn stokpaardje... onderwijs dat creativiteit bij leerlingen de ruimte wil geven moet meer 'prutstijd' durven faciliteren...tijd om ogenschijnlijk doelloos bezig te zijn met iets. Op het moment dat ik dat bespreek met docenten zijn zij weliswaar geprikkeld maar verschijnen er al gauw veel beren op de weg die allemaal geschoten moeten worden. Ik heb al zo weinig tijd! Ik moet aan het eind van de week wel verantwoorden waarom ik niet veel verder ben gekomen in het werk. De planning van de methoden zijn zo strak. Ik kan me niet meer lestijdverlies verantwoorden... Alle beren hebben op de één of andere manier te maken met 'tijd'.

Afgelopen week had ik een inspirerende 'brainstorm' sessie met Esmée Olthuis. Hoofdvakdocent bij de hippe bachelor 'musician 3.0' van het conservatorium van Utrecht. Zij doceert 'creatieve maakprocessen'. Zelf een briljante saxofoniste, bandleider en ontwerper van de Kobranie way of making music (Leading from the inside out). Kortom: de vleesgeworden creatieve droom.

Samen geloven wij erg in 'practise what you preach'. Wij hadden dus beide onze hele dag schoongeveegd. Wandelschoenen in de auto, op weg naar het huis in het bos waar Esmée woont met paarden, honden en een hele lieve kitten. Concreet moesten we drie projecten die we samen doen uitwerken en concretiseren. Alledrie nascholings-trajecten voor docenten in PO en VO die creativiteit en creatieve processen bij hun leerlingen willen stimuleren en ondersteunen. Wij gunnen onszelf in dit traject veel prutstijd. Zo lang mogelijk vermijden we het vastleggen van 'hoe' we dit gaan doen. We bevragen elkaar steeds weer. We komen vaak weer op eenzelfde punt uit, maar dan wel met meer begrip en meer gevoel voor wat er nodig is. Klinkt het vaag? Ja, dat is het ook. Maar het effect is dat de ruimte die we onszelf gunnen een voedingsbodem is van waaruit we in een kwartier tot inspirerende en concrete producten kunnen komen. We ontwerpen geen 'nascholings-traject' maar concretiseren een nieuw gedachtengoed, ons gezamenlijke gedachtengoed: daar waar we elkaar ontmoeten en de verbinding willen aangaan.

Ruimte dus. Ruimte voor je proces. Ruimte voor meer dan alleen het eerste idee. Ruimte om uit te proberen. Ruimte om je ideeën aan iemand anders te scherpen. Ruimte ook om niet te weten. En daarvoor heb je lef nodig. Lef om alle bestaande structuren waarlangs je denkt, al je gewoonten en ook je overtuigingen los te laten. Ik vind dat doodeng. In mijn hoofd ontstaat dan chaos, en daar hou ik niet van. Esmée vindt dat heerlijk die chaos. En langzaamaan begrijp ik waarom. Voor Esmée linkt chaos aan vrijheid. Ze houdt van chaos omdat ze in die schijnbare contextloosheid de vrijheid vindt om nieuwe verbindingen, nieuwe inzichten op te doen.

En zo vonden we afgelopen week een heel belangrijk aanknopingspunt voor de trajecten die we samen gaan doen. Als we werkelijk in het onderwijs een verandering willen brengen moeten we beginnen bij de docenten. Het is niet hun eigen artistieke vaardigheid maar de ruimte die zij bij zichzelf kunnen gaan voelen en voeden die de creativiteit van hun leerlingen vleugels zal geven. Om die ruimte te vinden is moed en vertrouwen nodig.

In alle gesprekken die ik voer in het onderwijs voel ik het verlangen van mensen. Het verlangen naar ruimte om de fantasie van het kind te volgen, om recht te doen aan alle verschillen tussen kinderen. Het verlangen om in contact te zijn. Ik denk dat je dan bij jezelf moet beginnen. Jezelf ruimte geven om je fantasie te voeden, de interne verschillen in jezelf ruimte te geven en in werkelijk contact te zijn. Daarvoor is moed en vertrouwen nodig. Om je eigen vaste patronen te bekijken, los te laten en in het diepe te springen. Dan zul je vleugels vinden.


woensdag 1 oktober 2014

Improvisatiekunstenaars

De Volkskrant van gisteren opende met een dreigend verhaal van Asscher over de robotisering van Nederland. Dreigend omdat het de toekomstige werkgelegenheid in gevaar brengt. Voor mij stond er een hele belangrijke zin in:

"Scholen moeten kinderen opleiden tot een soort improvisatiekunstenaars, die ad rem kunnen inspelen op veranderingen in de economie. 'Niet trainen op routine, maar op het onverwachte. Niet op feiten, maar op creatief analyseren en nieuwe wegen zoeken.'

Mijn tijdslijn, vol met kunstenaars, ontplofte in enthousiasme. Jaaa!! Meer kunstvakken op school! Natuurlijk! Meer kunstvakken op school! Maar niet omdat de economie er beter van wordt. Maar omdat we jonge mensen dan de tools bieden om mens te worden. Bovendien is er een hele belangrijke vraag die we echt eerst in het onderwijs moeten beantwoorden: hoe ziet onderwijs eruit dat van leerlingen 'creatieve improvisatiekunstenaars' maakt?

Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijkste ingredient van creativiteit verbeeldingskracht is. Het vermogen je een andere wereld voor te stellen en jouw rol daarin weten vorm te geven. Het vermogen om in een ogenschijnlijke chaos dat spaghetti-sliertje te vinden dat een start is van een nieuw idee. Ook lef  is van groot belang. Immers... je moet buiten het gebaande pas durven stappen. Lef om te durven afwijken. De vragen te durven stellen die de ander niet stelt. Reflectie is een volgende stap. Kijken naar of wat je bedacht hebt in werkelijkheid ook het effect heeft dat je beoogde. En dat is pas eng. Want dan moet je het lef hebben jezelf te bevragen! Tenslotte discipline. Doorzettingsvermogen om met tegenslagen om te gaan. De discipline om niet op te geven maar te blijven geloven in de kracht van jouw verbeelding. Dit alles kost tijd. Het filmpje wat je hieronder vindt toont dat prachtig aan.  Om creatief te kunnen zijn moet je processen kunnen doorlopen. Anders blijf je steken bij het eerste idee.

En nu. De realiteit van het onderwijs. Dezelfde regering als waar meneer Ascher deel van uitmaakt heeft in onderwijs een sterke opbrengst gerichte cultuur gecreëerd. De waarde van onderwijs wordt gemeten door elke leerling langs landelijke normen te leggen. Deze normen betreffen uiteraard meetbare eindtermen.

Vorig jaar was ik conrector van een jonge en zeer dynamische VO school. Deze school wilde het werkelijk anders doen. Een school worden van de 21e eeuw. Leerlingen op andere wijze de ruimte geven om hun eigen identiteit en menszijn te ontdekken. Toen de inspectie langs kwam was men heel erg onder de indruk van de sfeer, de openheid van de leerlingen, de bereidheid om te willen leren. Maar helaas. De cijfers van de havo waren in relatie tot het landelijk gemiddelde te laag en het verschil tussen schoolonderzoeken en eindexamen was 0.3 punt te groot. De school ontving een zwak. Iedereen die in het VO werkzaam is weet wat dat doet met je onderwijs, welke krachten er dan gaan werken. Laat ik volstaan met te zeggen dat verbeeldingskracht, lef en reflectie niet direct tot kernconcepten van de school werden. Discipline wel...maar dan vooral opgelegd.

We zitten dus met een enorme paradox die het onderwijs in een spagaat brengt. De opbrengst gerichte cultus in het onderwijs zal geen improvisatiekunstenaars voortbrengen. Ondanks het onderwijs zullen er mensen zijn die wel de vrijheid in hun hoofd behouden. En ja..dat zullen jonge  mensen zijn met een hart van een kunstenaar. De behoefte zich te verbinden met wat hen van binnen beweegt, dit met anderen te communiceren via andere wegen dan alleen het geschreven woord om zo een beweging te brengen in de maatschappij. Er moet zeker meer kunstonderwijs op school komen. Maar niet omdat het goed is voor de economie. Het onderwijs zou er goed aan doen te kijken naar hoe we leren in de kunsten. Daar liggen namelijk antwoorden voor de vragen die de weerbarstige werkelijkheid ons elke dag stelt.




Hier vind je twee links naar artikelen die ik over dit onderwerp schreef: