In mijn vorige blog (What killed curiosity) heb ik het startschot gegeven voor een correspondentie met Manja Eland. Vandaag heb ik een antwoord!
Ik ga eens lekker kauwen op een reactie. Old skool, ik ga de tijd nemen.
Lees je mee? Reageren of meeschrijven mag natuurlijk ook!
het antwoord van Manja lees je HIER
Enne Manja: genieten he!
woensdag 20 april 2016
dinsdag 12 april 2016
What Killed Curiosity??
Ik ontmoet veel heerlijke mensen in het werkveld. Waaronder ook Manja Eland (www.manjaeland.nl ). Zij had het briljante voorstel om 'penpals' te worden. Manja is beeldend kunstenaar en "Bikker": beroeps kunstenaar in de klas. Wij zitten veel in hetzelfde veld en herkennen elkaars passies én humor! Om onszelf uit te nodigen om steeds weer opnieuw te kijken naar het werkveld waar we beide actief in zijn gaan we een experiment doen: een online correspondentie. Ik mag vandaag het spits afbijten. Leest u mee?
zaterdag 13 februari 2016
Muziekonderwijs is HOT
De afgelopen week werd ik veel getagd op twitter, facebook
en linked-in. Over de muziekonderwijs special van DWDD, over de woorden van
Erik Scherder, over Kazoo, de nieuwe muziekmethode van het concertgebouw.
Afgelopen week leek het ineens dat heel Nederland het roerend eens was over één
ding: er moet meer muziekonderwijs op de basisschool komen! Dat is namelijk
heel goed voor kinderen! Daar worden ze van alles van wat ze nog niet zijn. “Deed jij daar niet wat mee Suzan?”
Het maakt me blij, natuurlijk! Na jaren van bezuiniging en ver-economisering van ons onderwijs is het heerlijk dat we nu geloven dat het kind meer is dan zijn hersens! Het heeft me zeer gedaan de afgelopen jaren, vooral de toon van het gesprek. Ooit zond ik een brief in bij de Volkskrant over de woorden van PVV lid Sietsma over ‘eigen broek ophouden in de kunst’. Hij sprak over dat stelletje ‘toeteraars’ en bedoelde daarmee het Residentie Orkest. Dat had me zodanig zeer gedaan dat ik in de pen was geklommen. Ik was niet voorbereid op de reacties van andere ‘anonieme’ lezers op mijn artikel. Ze maakten me af. Ik preekte vooral voor eigen parochie en portemonnee. Dat was nog de meest keurige reactie. Halbe Zijlstra maakte het in mijn ogen ook bont toen hij stelde dat die zeer geschikt was om te snijden in de kunstbudgetten omdat die er geen verstand van had. Al deze woorden deden veel meer pijn dan dat de uiteindelijke bezuinigingen deden. Immers, na een stevige bosbrand ontstaat meestal een zeer vruchtbare grond. Ook dat blijkt nu weer.
Er is een enorme hausse aan initiatieven, organisaties, muziekmethoden, cursussen, samenwerkingsverbanden, websites, online learning platforms en landelijke aandacht voor muziekonderwijs op de basisschool. Ik voel zelf ook die golf van aandacht in de aanvragen die ik krijg om overal in het land te komen spreken, discussiëren, trainen en coachen. Ik zou dus eigenlijk ‘over the moon’ van blijdschap moeten zijn. En toch…schuurt het.
Mijn sector is namelijk verdeeld. Iedereen is nu heel hard bezig om zijn deel van de taart te veroveren. Dit is het moment om een muziekmethode op de markt te brengen. De oplagen zullen exploderen! Vooral als je in het juiste tv programma mag komen vertellen. Dit is het moment om fondsen te werven. Met Erik Scherder in je achterzak kun je werkelijk ieder bedrijf ervan overtuigen dat het goed is voor hun eigen toekomst om nu te investeren.
En dan komt er bij mij een beeld naar boven. Ik heb jarenlang stages begeleid van muziekdocenten in spé van het conservatorium van Utrecht. Op veel basisscholen lag ergens in het papierhok de methode ‘muziek, moet je doen’ te verstoffen. Er was ooit een hausse geweest, iedereen was enthousiast, iedereen werd getraind. En toen was het geld op, kenden kinderen geen tafels meer, en vergaten ze te vaak een t waar een d stond.
Waarom schuurt het bij me op dit moment? Ik voel geen verbinding. Ik voel vooral een strijd om het grootste marktaandeel. Om de meeste exposure. Ik voel in het veld een onderliggend machtsspel dat zijn oorsprong vindt in de harde discours van een aantal jaren geleden. Ik hoor mijn criticaster al: “jij doet daar net zo goed aan mee”. Ja, dat is waar. Voor een deel. Toch, ook weer niet.
Vanaf mijn 14e, toen ik mijn C diploma op sax behaalde bij de fanfare in Eerbeek heb ik nagedacht over hoe ik de magische ervaringen die ik had op mijn instrument kon vertalen naar anderen. Ik begon toen met lesgeven en dacht heel veel na over hoe ik mensen in hun kracht kon krijgen zodat ze gemotiveerd zouden zijn om zelf een invulling te geven aan hun muzikale leven. Toen ik later muziekdocent werd op een Montessori middelbare school heb ik in 15 jaar dit kunnen verfijnen. Iedere leerling was muzikaal, voor mij de uitdaging om een omgeving te ontwerpen waarin die leerling ook die muzikaliteit kon ontwikkelen. Later op het conservatorium heb ik als hoofdvakdocent me suf gepiekerd (en vergaderd) over hoe we onze studenten de beste versie van zichzelf konden laten worden binnen de kaders van de accreditatie voor 1e graads bevoegdheden. En nu, als trainer, zit ik heel veel op basisscholen en werk ik met teams. Ik ontwerp trainingen waar de leerkrachten weer kunnen voelen dat muziek iets is dat ze al in zich hebben. Dat muziekonderwijs wellicht een stapje verder is, maar dat het begint bij hun eigen beleving en gevoel. Ik train ook veel musici. Ik vraag ze terug te gaan naar hun oer-beleving van muziek, en vertalingen daarvan te maken voor groepen kinderen. Vanuit die beleving, en niet vanuit dat ambacht dat al jaren versmolten lijkt met hun muzikale identiteit.
De vraag die ik me nu stel, in deze gloriedagen van muziekonderwijs, is; hoe kunnen we er samen voor zorgen dat er en duurzame verandering gaat plaatsvinden? In mijn optiek is er maar één manier. Iedereen die vanuit een innerlijke noodzaak leerlingen wil zien stralen door muziek in zijn of haar kracht zetten en met elkaar verbinden. Directeuren die verlangen naar een ‘andere school’ begeleiden, bevragen en inspireren. Leerkrachten die klaar zijn met alleen het hoofd van hun leerlingen ondersteunen, uitdagen, veiligheid en mogelijkheden bieden. Musici (en dat zijn voor mij ook de vakleerkrachten muziek) die hun oer-muzikaal-zijn willen delen laten zien hoe je leerlingen niet vol hoeft te stoppen met het heilige ambacht, maar kunt uitdagen om muzikaal te zijn vanuit hun eigen beleving. Ze ook te leren deze prachtige processen te begeleiden i.p.v. te sturen op muzikale eindproducten die DWDD waardig zijn.
De eerste vraag die iedereen zich zou moeten stellen in mijn optiek is: Waarom doe ik wat ik doe? Wat zijn mijn drijfveren om muziek en kunst structureel aan te bieden op school? Waarom wil ik daar een bijdrage aan leveren?
Voor mij is dat antwoord helder. Ik wil ogen zien stralen. Ik wil een bijdrage leveren aan de professionele eigenwaarde van leerkrachten en musici door ze en plek te geven waar ze zich kunnen bezinnen en ontwikkelen. Ik wil dat kinderen de pracht van hun binnenwereld leren ontdekken, gebruiken en verder ontwikkelen. Ik wil een samenleving waarin we elkaar opnieuw kunnen en durven bezien. Ik wil muurtjes omver gooien, met open vizier het veld in, het evenwicht verstoren om een nieuwe balans te kunnen vinden. Ik wil dat er ruimte is voor alles, maar dat we er geen muurtjes omheen bouwen. Ik wil een mening hebben maar geen oordeel. En dat valt me soms zwaar. Want ik heb een mening. Over de uitzending van DWDD (waarom ‘let it go???’), over de muziekmethode van het concertgebouw (weet je hoeveel miljoenen daar inzitten?), over Erik Scherder (wat een leuke vent zeg, maar hij zegt hetzelfde over bewegingsonderwijs). En dan plotseling voel ik me zo’n zurige linkse denker. Mijn lief is van de andere politieke kant. Hij kijkt naar de wereld en ziet dat het goed is. Zoals het prachtige filmpje van Ernie en Bert dat Mark Rutte aanhaalde. Ik wil niet zuur zijn. Ik wil niet bijdragen aan polarisatie. Ik wil verbinden. Ik wil mezelf verbinden met alle initiatieven.
Verbinden in schoonheid.
Het maakt me blij, natuurlijk! Na jaren van bezuiniging en ver-economisering van ons onderwijs is het heerlijk dat we nu geloven dat het kind meer is dan zijn hersens! Het heeft me zeer gedaan de afgelopen jaren, vooral de toon van het gesprek. Ooit zond ik een brief in bij de Volkskrant over de woorden van PVV lid Sietsma over ‘eigen broek ophouden in de kunst’. Hij sprak over dat stelletje ‘toeteraars’ en bedoelde daarmee het Residentie Orkest. Dat had me zodanig zeer gedaan dat ik in de pen was geklommen. Ik was niet voorbereid op de reacties van andere ‘anonieme’ lezers op mijn artikel. Ze maakten me af. Ik preekte vooral voor eigen parochie en portemonnee. Dat was nog de meest keurige reactie. Halbe Zijlstra maakte het in mijn ogen ook bont toen hij stelde dat die zeer geschikt was om te snijden in de kunstbudgetten omdat die er geen verstand van had. Al deze woorden deden veel meer pijn dan dat de uiteindelijke bezuinigingen deden. Immers, na een stevige bosbrand ontstaat meestal een zeer vruchtbare grond. Ook dat blijkt nu weer.
Er is een enorme hausse aan initiatieven, organisaties, muziekmethoden, cursussen, samenwerkingsverbanden, websites, online learning platforms en landelijke aandacht voor muziekonderwijs op de basisschool. Ik voel zelf ook die golf van aandacht in de aanvragen die ik krijg om overal in het land te komen spreken, discussiëren, trainen en coachen. Ik zou dus eigenlijk ‘over the moon’ van blijdschap moeten zijn. En toch…schuurt het.
Mijn sector is namelijk verdeeld. Iedereen is nu heel hard bezig om zijn deel van de taart te veroveren. Dit is het moment om een muziekmethode op de markt te brengen. De oplagen zullen exploderen! Vooral als je in het juiste tv programma mag komen vertellen. Dit is het moment om fondsen te werven. Met Erik Scherder in je achterzak kun je werkelijk ieder bedrijf ervan overtuigen dat het goed is voor hun eigen toekomst om nu te investeren.
En dan komt er bij mij een beeld naar boven. Ik heb jarenlang stages begeleid van muziekdocenten in spé van het conservatorium van Utrecht. Op veel basisscholen lag ergens in het papierhok de methode ‘muziek, moet je doen’ te verstoffen. Er was ooit een hausse geweest, iedereen was enthousiast, iedereen werd getraind. En toen was het geld op, kenden kinderen geen tafels meer, en vergaten ze te vaak een t waar een d stond.
Waarom schuurt het bij me op dit moment? Ik voel geen verbinding. Ik voel vooral een strijd om het grootste marktaandeel. Om de meeste exposure. Ik voel in het veld een onderliggend machtsspel dat zijn oorsprong vindt in de harde discours van een aantal jaren geleden. Ik hoor mijn criticaster al: “jij doet daar net zo goed aan mee”. Ja, dat is waar. Voor een deel. Toch, ook weer niet.
Vanaf mijn 14e, toen ik mijn C diploma op sax behaalde bij de fanfare in Eerbeek heb ik nagedacht over hoe ik de magische ervaringen die ik had op mijn instrument kon vertalen naar anderen. Ik begon toen met lesgeven en dacht heel veel na over hoe ik mensen in hun kracht kon krijgen zodat ze gemotiveerd zouden zijn om zelf een invulling te geven aan hun muzikale leven. Toen ik later muziekdocent werd op een Montessori middelbare school heb ik in 15 jaar dit kunnen verfijnen. Iedere leerling was muzikaal, voor mij de uitdaging om een omgeving te ontwerpen waarin die leerling ook die muzikaliteit kon ontwikkelen. Later op het conservatorium heb ik als hoofdvakdocent me suf gepiekerd (en vergaderd) over hoe we onze studenten de beste versie van zichzelf konden laten worden binnen de kaders van de accreditatie voor 1e graads bevoegdheden. En nu, als trainer, zit ik heel veel op basisscholen en werk ik met teams. Ik ontwerp trainingen waar de leerkrachten weer kunnen voelen dat muziek iets is dat ze al in zich hebben. Dat muziekonderwijs wellicht een stapje verder is, maar dat het begint bij hun eigen beleving en gevoel. Ik train ook veel musici. Ik vraag ze terug te gaan naar hun oer-beleving van muziek, en vertalingen daarvan te maken voor groepen kinderen. Vanuit die beleving, en niet vanuit dat ambacht dat al jaren versmolten lijkt met hun muzikale identiteit.
De vraag die ik me nu stel, in deze gloriedagen van muziekonderwijs, is; hoe kunnen we er samen voor zorgen dat er en duurzame verandering gaat plaatsvinden? In mijn optiek is er maar één manier. Iedereen die vanuit een innerlijke noodzaak leerlingen wil zien stralen door muziek in zijn of haar kracht zetten en met elkaar verbinden. Directeuren die verlangen naar een ‘andere school’ begeleiden, bevragen en inspireren. Leerkrachten die klaar zijn met alleen het hoofd van hun leerlingen ondersteunen, uitdagen, veiligheid en mogelijkheden bieden. Musici (en dat zijn voor mij ook de vakleerkrachten muziek) die hun oer-muzikaal-zijn willen delen laten zien hoe je leerlingen niet vol hoeft te stoppen met het heilige ambacht, maar kunt uitdagen om muzikaal te zijn vanuit hun eigen beleving. Ze ook te leren deze prachtige processen te begeleiden i.p.v. te sturen op muzikale eindproducten die DWDD waardig zijn.
De eerste vraag die iedereen zich zou moeten stellen in mijn optiek is: Waarom doe ik wat ik doe? Wat zijn mijn drijfveren om muziek en kunst structureel aan te bieden op school? Waarom wil ik daar een bijdrage aan leveren?
Voor mij is dat antwoord helder. Ik wil ogen zien stralen. Ik wil een bijdrage leveren aan de professionele eigenwaarde van leerkrachten en musici door ze en plek te geven waar ze zich kunnen bezinnen en ontwikkelen. Ik wil dat kinderen de pracht van hun binnenwereld leren ontdekken, gebruiken en verder ontwikkelen. Ik wil een samenleving waarin we elkaar opnieuw kunnen en durven bezien. Ik wil muurtjes omver gooien, met open vizier het veld in, het evenwicht verstoren om een nieuwe balans te kunnen vinden. Ik wil dat er ruimte is voor alles, maar dat we er geen muurtjes omheen bouwen. Ik wil een mening hebben maar geen oordeel. En dat valt me soms zwaar. Want ik heb een mening. Over de uitzending van DWDD (waarom ‘let it go???’), over de muziekmethode van het concertgebouw (weet je hoeveel miljoenen daar inzitten?), over Erik Scherder (wat een leuke vent zeg, maar hij zegt hetzelfde over bewegingsonderwijs). En dan plotseling voel ik me zo’n zurige linkse denker. Mijn lief is van de andere politieke kant. Hij kijkt naar de wereld en ziet dat het goed is. Zoals het prachtige filmpje van Ernie en Bert dat Mark Rutte aanhaalde. Ik wil niet zuur zijn. Ik wil niet bijdragen aan polarisatie. Ik wil verbinden. Ik wil mezelf verbinden met alle initiatieven.
Verbinden in schoonheid.
donderdag 21 januari 2016
Méér Muziek in de Klas
Gisteren was ik bij de #oploop. Een bijeenkomst van de
Cultuur Mij Oost uit Arnhem in de werkelijke prachtige Dru Fabriek in Ulft.
Alle grote spelers op cultuurgebied in Gelderland waren aanwezig. Iedereen
eensgezind in hun streven jonge mensen veel meer dan nu in aanraking te brengen
met ‘kunst en cultuur’.
Ik was uitgenodigd bij de bijeenkomst die ging over de Muziekimpuls,
de subsidieregeling die ervoor moet zorgen dat we weer een stap verder zetten
in de richting van ‘ieder kind muziekonderwijs op school’. Aanwezig waren
muziekscholen die klaar staan om de scholen in te duiken, pabo- en docent
muziek opleiders die vol passie hun studenten willen stimuleren muzieklessen te
gaan geven, directeuren en docenten van basisscholen, aanbieders van projecten
en muziekmethoden, onderzoekers die bewijs zoeken dat muziek hoort op school
en zoeken naar de juiste invulling daarvan, cultuurmakelaars,
combinatiefunctionarissen… zeker 40 man in getal.
De vraag die besproken werd was: Hoe zorgen we er in
Gelderland voor dat er duurzaam muziekonderwijs gegeven wordt op alle scholen? Duurzaam in de betekenis van ‘langdurend’ maar ook in de betekenis van
‘gedragen door alle betrokkenen’. In het gesprek werd direct duidelijk hoezeer
iedereen betrokken is. In het gesprek werd mij ook direct duidelijk dat we soms
bijna verschillende talen spreken. Want als een muziekschool het heeft over
‘meer muziek op school’ dan lijkt het vaak te gaan over de vertaling van
formele muzieklessen (theorie en instrumentaal onderwijs) naar de klas. Als de
school het heeft over ‘meer muziek in de klas’ is er vaak bij leerkrachten
paniek en een grote vraag; “moet ik dan zingen?”. Als de onderzoeker het
heeft over ‘meer muziek in de klas’ gaat het vaak over de effecten van muziek.
Op het brein, op de sociale vaardigheden, op de leer strategieën.
De vinger werd genadeloos op de zere plek gelegd door één
van de aanwezigen. Hoe komt het dat we al jaren (in ieder geval sinds 2010) veel
geld stoppen in muziekonderwijs op de basisschool en we nog steeds niet veel
verder zijn? Inderdaad. In 2011 was ik op de conferentie ‘muziek telt’ en zat
ik om de tafel met dezelfde spelers. We concludeerden hetzelfde: de pabostudent
voelt zich niet zeker genoeg met muziek, omdat die nooit muziek heeft gehad op
school en dus verandert er op school bijna niets en moeten we muziekonderwijs
van buiten halen (als we dat al willen). Die mensen die van buiten komen
sluiten lang niet altijd aan bij de schoolbrede doelen en dus wordt het een
self fullfilling prophecy: dat wat die muziekdocent doet kan een leerkracht
nooit en dus doet die ook maar geen moeite.
Nu 5 jaar na deze conferentie is deze cirkel nog niet
doorbroken. Huidige pabostudenten voelen zich niet zekerder, hebben niet meer
muziekonderwijs genoten en komen niet in een praktijk waar de inspecteur ook
vraagt naar de kwaliteit van het muziekonderwijs. Musici worden nog steeds niet
didactisch opgeleid voor de wereld waarin zij terecht komen, met uitzondering
van de docent muziek studenten die vaak niet in het basisonderwijs terecht
komen. Scholen hebben het nog steeds heel druk, en worden nog steeds afgerekend
op de scores bij rekenen en taal wat de werkdruk van leerkrachten enorm
verhoogt (vraag maar eens na: januari=toetsmaand!).
Zijn we dan niet verder gekomen? Jawel. Ik denk dat de
publieke opinie langzaam kantelt. Dat het ‘nut’ van muziekonderwijs duidelijker
is voor veel mensen. Ik denk dat er veel meer voorbeelden zijn van ‘good
practises’. Er worden veel musici getraind die zich langzaamaan bewust worden dat
het muziekonderwijs zoals zij dat genoten hebben niet direct vertaald hoeft te
worden naar de school. Leerkrachten in de school worden getraind en gaan zich realiseren
dat muziek niet iets groots en magisch is dat een maestro behoeft om te gaan
vliegen. Scholen realiseren zich dat het opbrengst gerichte onderwijs ze een
schijnveiligheid heeft gegeven, dat ze terug willen naar de basis: onderwijs
waarin elk kind de beste versie van zichzelf kan worden…en dat is meer dan
alleen het hoofd. De maatschappij lijkt zich steeds meer te realiseren dat de
kunstenaar in onze maatschappij iets heel wezenlijks in zich heeft dat van
groot belang is voor de uitdagingen die ons treffen, waar we nu nog geen
antwoorden op hebben, omdat we ze nog nooit eerder zijn tegen gekomen. Dat die
kunst dus een wezenlijke plek verdient daar waar we onze jonge mensen
voorbereiden op de toekomst. Zodat ze anders gaan kijken, verwonderd blijven,
op zoek gaan naar de ruimte tussen wat we begrijpen en zien.
Helaas was er één partij gisteren niet: de kinderen en jonge
mensen van onze samenleving. Daar namelijk is de hoop. Daar ligt de
nieuwsgierigheid, de bereidheid buiten de comfortzone te stappen, uit te
proberen, plezier te maken: ‘meet, inspire & celebrate’ zoals CarloBalemans het prachtig verwoordde in zijn inspiratielezing. Waar we het gisteren
helemaal niet over gehad hebben is de vraag wat kinderen eigenlijk willen en
kunnen. En dat lijkt me nu net de wezenlijke vraag.
Het is in mijn optiek onzin dat kinderen geen
referentiekader hebben als het om muziek gaat. Meer dan ooit hebben zij een
referentiekader. Ze hebben toegang tot alle muziek van de wereld, kunnen met
filmpjes en muziek spelen op hun telefoons, kunnen met samplers composities
bouwen, zichzelf opnemen, kunnen via skype of facetime muziek maken met kids in
Azië en Amerika. Deze informele muzikale wereld hebben we met zijn allen lang
buitenbeeld gehad. Ik denk dat daar de energie ligt. Muziek is overal om ons
heen, we hoeven alleen maar onze handen uit te strekken en mee te gaan. Pas als
we muziek gaan vatten in opbrengsten, reproductie, ambacht, goed en fout dan
gaat het mis. Dan wordt muziekonderwijs voor ‘de talentvollen’ in onze scholen.
Ik weet het zeker: ieder kind is muzikaal! Ik weet ook zeker dat we er erg goed
in zijn die muzikaliteit in hokjes te duwen en daarmee te smoren. Kunnen we het
kind de ruimte geven om zijn nieuwsgierigheid naar geluid en aangeboren talent
voor ritme en toonhoogte verder te ontwikkelen? Door met hem te bewegen,
onzinliedjes te zingen, met klanken te spelen en vooral door naar hem of haar
te luisteren? Kunnen we het informele muzikale spel van kinderen levend houden
en ze een omgeving bieden waarin ze dat ontwikkelen?
Ja, ik weet het zeker. Ik doe mee.
Kom je me bezoeken op mijn gloednieuwe site?
vrijdag 19 juni 2015
Muziek op de basisschool als middel of doel?
Hoe vaak heb ik deze vraag niet gesteld aan mijn studenten
docent muziek van het conservatorium van Utrecht de jaren dat ik daar heb
lesgegeven? En ik was zelf bevlogen en ietwat pushy in mijn opvatting dat het
natuurlijk om muziek als doel ging! Als
je mooi muziek maakt dan komt de rest vanzelf! Muziek als middel is iets voor
muziektherapeuten. Als je muziekles geeft dan moet het niet gaan om sociale en
emotionele vaardigheden! Het moet namelijk gaan over de oneindige schoonheid
van muziek…alles moet daarheen! Zoals alles in het leven komt met de ouderdom
ook de verzachting van je opvattingen. Ik heb wat prachtigs beleefd.
Afgelopen week waren er vier machtig mooie voorstellingen op het grote podium van Tivoli Vredenburg met alle 11 betrokken basisscholen uit Overvecht Utrecht. Ik mocht ‘dirigent’ zijn…wow…
Overvecht is een prachtwijk die een aantal jaar geleden ook wel een ‘krachtwijk’ werd genoemd. Een wijk met meer dan gemiddelde uitdagingen als het gaat om veiligheid, verbondenheid en onderwijs. Een wijk waarin veel kinderen niet vanzelf in aanraking komen met muziekinstrumenten of de mogelijkheid krijgen muzieklessen te volgen. Een aantal jaren geleden hebben de scholen en het Utrechts Centrum voor de Kunsten de handen ineengeslagen. Overvecht zou een muziekwijk worden. De Muziekroute werd geboren: op alle scholen krijgen de leerlingen binnen schooltijd in groep 5 les op viool, cello, klarinet, trompet of slagwerk. Na schooltijd kunnen ze spelen in ensembles. In alle andere klassen krijgen ze vocaal les.
Binnen de Muziekroute is er een krachtige keuze gemaakt voor muziek leren vanuit creatief vermogen. Dit betekent dat de verbeeldingskracht van de leerling het uitgangspunt is en niet de skills op het instrument. Het betekent dat we niet muziek reproduceren maar vooral creëren. We werken dus aan eigen composities en improvisaties. Het betekent ook dat de werkvormen de leerling zoveel mogelijk achter het stuur zetten. Dus niet de docent als alwetende instrumentalist die zijn kunst naar de school brengt maar de docent als medemuzikant en coach in het proces van samen ontwerpen.
Als je vanuit de bril van het traditionele muziekonderwijs kijkt naar de lessen in de Muziekroute dan is de kans groot dat je verward raakt. Wat zijn ze daar nu aan het doen? Of zoals ik onlangs een leerkracht hoorde zeggen: “Wat is dat voor herrie hier! Ik dacht dat jullie muziekles hadden?”.
Wat we aan het doen zijn? We maken contact met de leerlingen. We ontmoeten hen. We bieden hen veiligheid. We nodigen hen uit. Zodat ze durven hun eigen ideeën te laten horen aan de anderen. Zodat ze naar anderen leren luisteren en respect leren hebben voor de verbeelding van hun klasgenoten. Zodat ze horen wat er gebeurt als je samen speelt. Als je samen hetzelfde speelt, of juist iets dat compleet ertegenover staat! Als je voelt dat de beat van de cajon de hartslag vormt van jouw drie prachtig gestreken tonen op je viool. Zodat je begrijpt zonder te weten wat het is om met 300 kinderen in Vredenburg gezamenlijk van heel zachtjes en geconcentreerd zingen naar een uitbundig crescendo te gaan met een overgang naar dat vette arabische ritme en al dansend in een flow te komen. Zodat je begrijpt wat het verschil is tussen stilte en geluid. Dat stilte iets is dat je samen bereikt door respect te hebben voor iedereen om je heen. Dat je durft in stilte te zijn omdat je begrijpt dat daar de muziek begint. Als je begrijpt dat daar de muziek begint dan begrijp je ineens je eigen instrument en je stem. Je weet het nog niet misschien, maar je begrijpt het wel. En bij elke streek die je daarna speelt, elke ademtocht die je door je trompet blaast, wil je weer die verbinding voelen met de anderen.
Muziek als middel of doel? Het is een onnodige tegenstelling. Doordat samen musiceren het doel is wordt het een middel. Zodat je je verbonden voelt met de anderen, en veilig, en enthousiast. Zodat je initiatieven durft te nemen, je durft te laten gaan. Zodat je de ander durft te laten zien wat er binnen bij jou allemaal leeft. Op een plek waar er niet direct een opvatting is over wat goed is en wat fout.
De weg ernaartoe was en is weerbarstig, maar dinsdag en donderdag hebben we met in totaal 1400 kinderen in Tivoli Vredenburg, op het grote podium, met de tribunes gevuld met een mega-koor dit gevoeld. De trompetten beheersten 5 tonen, en hadden daarmee prachtige riffs gemaakt. De klarinetten waren uitstekend in het op het juiste moment toevoegen van een spannende triller. De strijkers wisten steeds weer iedereen tot rust te krijgen met hun soms weemoedige prachtige lange tonen en zweepten het publiek op door hun tremolo’s. De cajons vormden de prachtige hartslag van de wijk, met een super hippe mix van grooves uit alle streken van de wereld. Het koor vulde de zaal met beweging en ontroerende meerstemmigheid.
We hebben vier compleet verschillende voorstellingen gehad omdat het de voorstellingen van de kinderen van Overvecht waren. Omdat er gebeurde wat zij inbrachten. Omdat we natuurlijk deze processen geleid hebben maar hen de ruimte en vertrouwen hebben gegeven om te laten horen wat ze voelden. Omdat we ze veiligheid en verbondenheid hebben gegeven. De kinderen van Overvecht hebben ons het meest waardevolle cadeau terug gegeven wat er bestaat.
Muziek.
Afgelopen week waren er vier machtig mooie voorstellingen op het grote podium van Tivoli Vredenburg met alle 11 betrokken basisscholen uit Overvecht Utrecht. Ik mocht ‘dirigent’ zijn…wow…
Overvecht is een prachtwijk die een aantal jaar geleden ook wel een ‘krachtwijk’ werd genoemd. Een wijk met meer dan gemiddelde uitdagingen als het gaat om veiligheid, verbondenheid en onderwijs. Een wijk waarin veel kinderen niet vanzelf in aanraking komen met muziekinstrumenten of de mogelijkheid krijgen muzieklessen te volgen. Een aantal jaren geleden hebben de scholen en het Utrechts Centrum voor de Kunsten de handen ineengeslagen. Overvecht zou een muziekwijk worden. De Muziekroute werd geboren: op alle scholen krijgen de leerlingen binnen schooltijd in groep 5 les op viool, cello, klarinet, trompet of slagwerk. Na schooltijd kunnen ze spelen in ensembles. In alle andere klassen krijgen ze vocaal les.
Binnen de Muziekroute is er een krachtige keuze gemaakt voor muziek leren vanuit creatief vermogen. Dit betekent dat de verbeeldingskracht van de leerling het uitgangspunt is en niet de skills op het instrument. Het betekent dat we niet muziek reproduceren maar vooral creëren. We werken dus aan eigen composities en improvisaties. Het betekent ook dat de werkvormen de leerling zoveel mogelijk achter het stuur zetten. Dus niet de docent als alwetende instrumentalist die zijn kunst naar de school brengt maar de docent als medemuzikant en coach in het proces van samen ontwerpen.
Als je vanuit de bril van het traditionele muziekonderwijs kijkt naar de lessen in de Muziekroute dan is de kans groot dat je verward raakt. Wat zijn ze daar nu aan het doen? Of zoals ik onlangs een leerkracht hoorde zeggen: “Wat is dat voor herrie hier! Ik dacht dat jullie muziekles hadden?”.
Wat we aan het doen zijn? We maken contact met de leerlingen. We ontmoeten hen. We bieden hen veiligheid. We nodigen hen uit. Zodat ze durven hun eigen ideeën te laten horen aan de anderen. Zodat ze naar anderen leren luisteren en respect leren hebben voor de verbeelding van hun klasgenoten. Zodat ze horen wat er gebeurt als je samen speelt. Als je samen hetzelfde speelt, of juist iets dat compleet ertegenover staat! Als je voelt dat de beat van de cajon de hartslag vormt van jouw drie prachtig gestreken tonen op je viool. Zodat je begrijpt zonder te weten wat het is om met 300 kinderen in Vredenburg gezamenlijk van heel zachtjes en geconcentreerd zingen naar een uitbundig crescendo te gaan met een overgang naar dat vette arabische ritme en al dansend in een flow te komen. Zodat je begrijpt wat het verschil is tussen stilte en geluid. Dat stilte iets is dat je samen bereikt door respect te hebben voor iedereen om je heen. Dat je durft in stilte te zijn omdat je begrijpt dat daar de muziek begint. Als je begrijpt dat daar de muziek begint dan begrijp je ineens je eigen instrument en je stem. Je weet het nog niet misschien, maar je begrijpt het wel. En bij elke streek die je daarna speelt, elke ademtocht die je door je trompet blaast, wil je weer die verbinding voelen met de anderen.
Muziek als middel of doel? Het is een onnodige tegenstelling. Doordat samen musiceren het doel is wordt het een middel. Zodat je je verbonden voelt met de anderen, en veilig, en enthousiast. Zodat je initiatieven durft te nemen, je durft te laten gaan. Zodat je de ander durft te laten zien wat er binnen bij jou allemaal leeft. Op een plek waar er niet direct een opvatting is over wat goed is en wat fout.
De weg ernaartoe was en is weerbarstig, maar dinsdag en donderdag hebben we met in totaal 1400 kinderen in Tivoli Vredenburg, op het grote podium, met de tribunes gevuld met een mega-koor dit gevoeld. De trompetten beheersten 5 tonen, en hadden daarmee prachtige riffs gemaakt. De klarinetten waren uitstekend in het op het juiste moment toevoegen van een spannende triller. De strijkers wisten steeds weer iedereen tot rust te krijgen met hun soms weemoedige prachtige lange tonen en zweepten het publiek op door hun tremolo’s. De cajons vormden de prachtige hartslag van de wijk, met een super hippe mix van grooves uit alle streken van de wereld. Het koor vulde de zaal met beweging en ontroerende meerstemmigheid.
We hebben vier compleet verschillende voorstellingen gehad omdat het de voorstellingen van de kinderen van Overvecht waren. Omdat er gebeurde wat zij inbrachten. Omdat we natuurlijk deze processen geleid hebben maar hen de ruimte en vertrouwen hebben gegeven om te laten horen wat ze voelden. Omdat we ze veiligheid en verbondenheid hebben gegeven. De kinderen van Overvecht hebben ons het meest waardevolle cadeau terug gegeven wat er bestaat.
Muziek.
zondag 29 maart 2015
Leiderschap & Bach
Vandaag was ik, net als vele mede-Nederlanders bij een
uitvoering van de Matthäus. Ik ga elk jaar. De laatste jaren met een dierbare
vriendin. Vorig jaar bezochten we een hele mooie intieme versie. De solisten vormden
samen ook het koor. Geen dirigent maar gedeeld leiderschap. Leiderschap door
verbinden, openstaan, initiatief nemen én de ander volgen. Dat vroeg van alle
muzikanten commitment. Zowel solist als ‘volk’. Van ‘Erbarme dich’ direct door
naar “lass ihn Kreuzigen”. Leidend en dienend in één adem.
De uitvoering liet ons ademloos achter. Met tranen in onze ogen. Wat een eigenaarschap bij alle muzikanten, wat een betrokkenheid! Wat een bereidheid te dragen, te leiden, verantwoordelijkheid te nemen en te ondersteunen. Deze Matthäus ervoer ik als een werkelijk Gesamtkunstwerk. Nooit heb ik Bach zo voelen binnenkomen.
Dit jaar besloten we tot wat meer. We wilden iets meer overweldiging, waren klaar voor ‘Donner und Blitze’. Groot koor, geen authentieke instrumenten, lekker gestemd op 442. En natuurlijk solisten die samen opkwamen, applaus in ontvangst namen en bogen. Tenslotte…de Maestro.
Vanaf het begin schuurde het bij me. Kon de vinger er niet
opleggen. Er was geen flow, het stroomde niet. De twee kanten van het orkest
leken niet aan te sluiten, leken elkaar niet te volgen. De counter zong
fantastisch! Maar waarom deed hij alsof hij de hoofdrol had in ‘Soldaat van
Oranje’? De solisten leken tijdens de koren af te dwalen, waren met elkaar
bezig, deelden zelfs hun water. De muzikanten waren goed, maar er was geen
vuur. Ik kon ze bijna horen denken…’zal ik studiosport wel redden’? Ik kon ook
geen consistentie vinden in de verschillende tempi. Soms was een aria tergend
langzaam, dan weer denderde er een recitatief voorbij alsof de trein gehaald
moest worden.
En dan de dirigent. Hoe meer het orkest uit elkaar liep, hoe drukker hij bewoog. Hoe meer hij bewoog , hoe meer het orkest uit elkaar liep. Alsof het kijken naar het centrale punt voor op het podium de oren en het muzikaal denken van de musici had uitgeschakeld. Als een ware maestro waren de gebaren romantisch. An sich, zonder geluid erbij, zagen ze er mooi uit. Maar waarom liepen beeld en geluid niet synchroon?
Plotseling werd ik geraakt door het inzicht. Ik geloof het niet, ik geloof jullie niet…o mijn God “Erbarme Dich”…jullie hebben de muziek om zeep geholpen!
Bach heeft het van alle kanten nodig dat je zijn muziek laat ontstaat, toestaat dat die de ruimte mag vullen. In het moment door samen te vallen met de ander, de muziek, het moment. De muziek van Bach hoef je niet ‘te maken’. Als je naar binnen reikt ‘mag je mee’.
Vanmiddag heb ik een belangrijk muzikaal inzicht opgedaan. Maar ook, en misschien wel veel belangrijker, heb ik geleerd over leiderschap. Werkelijk leiderschap bestaat uit je verbinden met de ander, leidend en dienend kunnen zijn ten opzichte van een gemeenschappelijk doel. Niet de primaris willen zijn om die plek, maar omdat het past bij wat je drijft en waar je talent ligt én omdat het moment van je vraagt om een stuk van de leiding op je te nemen. Als het bovendien niet gaat zoals je wilt, of zoals het zou kunnen gaan, dan moet je luisteren, kleiner worden en de ander de ruimte geven om bij te dragen aan een hernieuwd evenwicht. Zeker als die ander een gedreven professional is met hetzelfde doel of dezelfde drive. Zo wordt iedereen eigenaar van het proces en blijft die aan boord. Alleen zo wordt één + één drie.
Dank je wel meneer Bach voor dit inzicht. Volgend jaar op zoek naar weer een uitvoering.
maandag 19 januari 2015
Wat is goed muziekonderwijs?
Die vraag werd me afgelopen vrijdag gesteld door Jan Jaap
Knol, directeur van het Fonds voor de Cultuurparticipatie. Ik was op Eurosonic
in Groningen als panellid van de door het ministerie van OC&W
georganiseerde gespreksronde over muziekonderwijs anno nu. Aanleiding is de 25
miljoen die de minister heeft vrijgemaakt om te helpen alle leerlingen tussen
de 4 en 12 jaar weer structureel te laten en leren genieten van wat muziek hen
kan geven. Joop van den Ende voegt daar nog eens 25 miljoen aan toe. Prachtig.
De discussie op Eurosonic had als doel met allerlei betrokkenen te praten over
hoe en waar die 50 miljoen geïnvesteerd moest worden. En daar was dus die
openingsvraag: Wat is goed
Muziekonderwijs.
Op Eurosonic stond dit jaar IJsland centraal als popland.
Het mirakel van Europa: zoveel enorm goede en vernieuwende bandjes uit een land
dat niet veel groter is dan de provincie Utrecht. Robert van Gijssel schreef
daarover in de Volkskrant (9 januari jl.). De suggestie was: het muziekonderwijs
moet wel enorm goed zijn in IJsland! Het stuk van Van Gijssel sluit aan bij wat
ik geantwoord heb in het debat… de vele bandjes zijn niet het resultaat van
goed onderwijs, maar van een cultuur waarin verhalen vertellen, gedichten
schrijven en prutsen met muziek behoort tot ‘wat je nu eenmaal doet als je je
stierlijk verveeld in de lange donkere winternachten’.
Ik zag veel mensen bevestigend knikken. Vooral toen ik toevoegde
dat het niet zo interessant is wat nu precies ‘goed muziekonderwijs’ is maar
dat het uiteindelijke doel ervan zou moeten zijn dat we weer een cultuur in
Nederland krijgen waarin het een voor de hand liggende optie is om lekker te
gaan prutsen met je gitaar of een viool ter hand te nemen en te leren bespelen.
In de lange autorit terug vroeg ik me ineens af hoe het zit…wat is eigenlijk de
verbinding tussen Cultuur en Onderwijs? Onderwijzen
we vanuit het paradigma van onze cultuur of moeten we cultuur onderwijzen?
En, aangezien het best ver is van Groningen naar huis, diende de volgende vraag
zich aan…Wat is cultuur?
Gelukkig is daar door Barend van Heusden een prachtig
onderzoek naar gedaan met de titel “Cultuur in de Spiegel”. Van Heusden (2010)
komt met 4 betekenissen van het woord cultuur:
1. In de meest brede zin van het woord
omvat Cultuur elke vorm van aangeleerd gedrag.
2. Iets minder ruim, maar nog steeds
breed is de omschrijving van cultuur als ‘alles wat mensen doen en maken’.
3. Het derde cultuurbegrip is beperkter.
Cultuur heeft dan betrekking op een deel van alles wat mensen maken en doen:
dat deel namelijk waarmee mensen op zichzelf reflecteren.
“Cultuur-in-beperkte-zin” of eigenlijk cultureel zelfbewustzijn.
4. De laatste betekenis komt volgens van
Heusden niet meer zoveel voor. Dit is beschaving als betekenis van cultuur.
Daarmee kunnen sommige mensen zich van anderen: ze zijn cultureler, lees,
beschaafder. (van Heusden, 2010)
Toen ik in het debat stelde dat dat het succes van IJsland
vooral te wijten was aan de cultuur aldaar doelde ik enigszins op betekenis 1
en 2 maar natuurlijk vooral op de derde betekenis. Uit het artikel van Van
Gijssel blijkt dat de IJslandse musici zich enorm bewust zijn van de kracht van
de mythes uit hun verleden en de noodzaak dit in steeds weer nieuwe vormen in
een veranderende samenleving tot muzikale creaties te laten komen. In hun muziek komt de traditie samen met de
hedendaagse uitdaging. Ze gebruiken
muziek dus om de veranderende wereld om zich heen te duiden vanuit wat ze al
weten; wat in het (collectieve) geheugen zit.
Van Heusden zegt daarover:
“dat is cultuur, niet alleen alles wat we weten en
kunnen, ons geheugen, maar vooral de manier waarop
we iedere concrete gebeurtenis, iedere altijd enigszins andere
werkelijkheid, met behulp van kennis en vaardigheden vorm en betekenis
geven.” (blz. 20, van Heusden, 2010)
En daarin verschillen we in de wereld. Niet elk land, of
elke groep met mensen, geeft op dezelfde manier vorm en betekenis aan de
veranderende wereld. Het ligt eraan waaraan je gewend bent. Wat leeft er in het
collectieve geheugen van de mensen waarmee je leeft. Is het gewoon om op
verjaardagen met je vrienden muziek te maken of ga je samen op een tv met
bioscoopachtige afmetingen GTA spelen? Word je uitgelachen als je een gedicht
voordraagt in je klas of is het slechts een onderdeel van een dagelijks terugkerend
ritueel dat al sinds jaar en dag in jouw land normaal is. Is de norm van succes
je score bij rekenen en taal of is er werkelijke aandacht voor de kanten van
het kind die minder goed te toetsen zijn. Geef je vorm en betekenis aan een veranderende
wereld door onderwijs te zien als gereedschap van het bruto nationaal product
(economische winst) of wil je dat jonge mensen opgevoed worden tot mondige,
democratische burgers? (Nussbaum, 2010).
En daarmee had ik betekenis gegeven aan mijn lange autorit
van Groningen naar huis. Wat is goed muziekonderwijs? Dat is muziekonderwijs
dat jonge mensen helpt vorm en betekenis te geven aan de veranderende wereld om
zich heen. Muziekonderwijs zou ervoor moeten zorgen dat het in Nederland
normaal is om muziek te luisteren, maken, delen, samen te spelen. Leerlingen
zouden de kennis, vaardigheden en attitude aangereikt moeten krijgen om daar
een verschil in te maken. De maatschappij zou het moeten faciliteren en
waarderen. We moeten het vooral niet gaan normeren: juist uiting van alle
verschillende culturen in Nederland zal ons land minder versplinterd maken.
Waar muziek gemaakt wordt zullen mensen verbonden zijn in schoonheid.
De vorm interesseert me weinig: met klassieke instrumenten,
vanuit creërend vermogen, fanfare instrumenten, zingend, componerend, hip hop,
wereldmuziek, Beethoven of Beyoncé: laat iedereen vooral zijn eigen collectieve
geheugen inzetten om invulling te geven aan muziekonderwijs. Van belang is dat
al deze prachtige jonge mensen, onze toekomst, niet opgroeien met een
kalashnikov maar met een gitaar, een saxofoon, een viool, een pak klei, een
schilderkwast of een potlood in hun handen. Dat we met zijn allen zorg dragen
voor een samenleving waarin het normaal is om de veranderende wereld te duiden
vanuit onze verbeelding. Dat we opties zien in plaats van destructie.
Goed muziekonderwijs zorgt ervoor dat jonge mensen zich
bewust worden van de kracht van hun eigen vermogen om bij te dragen aan een
mooiere wereld.
Bronnen:
Gijssel van R. 2015. Het raadsel Reykjavik. Volkskrant 9 januari.
Heusden van B. 2010. Cultuur in de Spiegel, naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Rijksuniversiteit Groningen i.s.m. SLO.
Nussbaum, M. 2010. Niet voor de winst, waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Ambi|Anthos uitgeverij, Amsterdam.
Abonneren op:
Posts (Atom)
